www.lib.ugent.be
HOMEPAGE   HISTORIEK   RESTAURATIE   BEELD   ARCHIEF   CONTACT   EN  

BOUWMEESTER
HET PROJECTTEAM
    - INGEDIENDE PROJECTEN
    - ROBBRECHT EN DAEM
    - MASTERPLAN
TOREN EN BETON
ONDERGRONDS DEPOT
DE BINNENTUIN
SPONSORING
RESTAURATIE BOEKENTOREN, STAND VAN ZAKEN
HET TESTEN IS BEGONNEN
DE RUNENLEESSTER IS VERHUISD
ONDER HET GEBOUW DOOR

RESTAURATIE

ROBBRECHT EN DAEM

Waar bij de andere voorstellen de toegankelijkheid, en vaak ook de potentiële spektakelwaarde, van toren en belvédère de incubator is van het ontwerp vertrekt het door de opdrachtgever gekozen project van Robbrecht-Daem vanuit de core business van de instelling: vanuit het lezen zélf en vanuit de intimiteit van de studie zoals die op intense en onthechte wijze aanwezig is in Gerhard Richters Lesende - het schilderij waarmee het wedstrijddossier van de architecten veelbetekenend afsluit.

 

De 'hoek' die Robbrecht-Daem als uitgangspunt kiezen ligt diametraal tegenover die van Beel. Aan het andere eind van het bibliotheekcomplex, in de kleine open ruimte tussen het voormalige etnografische museum en de Sint-Hubertusstraat, grenzend aan de Faculteit van Letteren en Wijsbegeerte, bouwen de architecten een kleine, maar essentiële toevoeging. Met die in omvang uiterst bescheiden ingreep realiseren ze drie zaken: een derde volwaardige toegang voor het complex (waardoor het in sommige projecten heikele probleem van een andersvalidentoegang elegant opgelost wordt), een verzonken lichthof (die samen met de ingreep in de vloerplaat van de voormalige museumruimte, de onderliggende kelder tot een goed verlichte en voor vele functies inzetbare ruimte transformeert) en een doorbraak naar het HIKO-deel van het complex. Ruimtelijke en gebruiksmatige reorganisatie versterken elkaar: functies worden efficiënter gegroepeerd, bestaande ruimten beter ingezet voor nieuwe consultatienoden en diverse zalen (frontoffice, oorspronkelijke expositieruimte, museale ruimten) worden in hun oorspronkelijke configuratie hersteld. Ook de verbeterde ontsluiting van het belvédère staat in functie van de terugkeer naar Van de Veldes ambitie met de plek: een stimulerende ruimte voor gedachtenwisselingen, voor reflectie en dialoog. Het is de initiële logica van het gebouw zelf, zo lijkt het, die tot deze oplossingen gedwongen heeft.

  
Dit project toont dat het gebouw zijn icoonwaarde niet alleen dankt aan de architectuur, maar ook aan zijn functie: monument, niet enkel van de Europese moderne architectuur, maar ook van de intellectuele geschiedenis van de universiteit, zelfs van Vlaanderen. Van die academische context voor lectuur en onderzoek willen de architecten tegelijk een ontmoeting met de architectuur maken. Daarbij is essentieel dat de fundamentele brutale materialiteit van Van de Veldes gebouw opnieuw kan spelen. Robbrecht-Daem delen met enkele van de andere projecten een zekere schroom, een zekere terughoudendheid ten opzichte van de ruimten van Henry Van de Velde. Maar ze weten hun "zelfbewust terugtreden" te vertalen in een buitengewoon sterke en consistente injectie in het project - met als centrale ambitie om de essentie van zowel de architectuur als de functie van het gebouw aan de orde te stellen. En laat dat nu precies zijn wat Gerhard Richter ooit in een interview met Robert Storr als de taak van de kunstenaar heeft gedefinieerd: "I believe that the quintessential task of every painter in any time has been to concentrate on the essential."

 

Dirk de Meyer, 

'Een bibliotheek herdenken: open oproep, selectieprocedure Vlaams Bouwmeester Universiteitsbibliotheek Gent' in:

A+ Belgisch Tijdschrift voor architectuur,  209, december 2007-januari 2008, 56-61.